Jos Wilmer

In het voorjaar van 1988 verzamelden dertien mannen zich op de bühne van zaal Hendriks. Onwennig en wellicht ook wat zenuwachtig stonden ze met elkaar te kletsen. Iemand merkte op dat hij geen nóót kon lezen, al was de noot “zo groot als een koe“!! Hij was niet de enige en hij kreeg veel bijval. Dit werkte zeer geruststellend: gedeelde smart is halve smart!! Later zou men erachter komen dat er geen enkele functionele relatie zou bestaan tussen muzieknoten en koeien. Enfin, iemand uit dat kleine groepje nam (namens het oprichtingscomité van het Grubbenvorster Mannenkoor) het woord. Daarna was het woord aan ondergetekende: de dirigent. Hij begon te praten over koren, stemmen, melodieën, ademhalen, intervallen, etc. Daarna begon men hiermee een beetje te oefenen. In de praktijk wordt meestal alles sneller duidelijk!!! Alhoewel er nergens geschreven staat hoe een mannenkoor zich moet opstellen, is de opstelling doorgaans zoals wij die als mannenkoor toepassen. Toch heeft het Grubbenvorster Mannenkoor bij de allereerste repetitie in een soort spiegelbeeld gestaan. Wij begonnen, vanaf de dirigent gezien, toen met links de bassen, dan baritons, 2e tenoren en 1e tenoren. Wellicht een soort black out van de dirigent …. het is weer allemaal goed gekomen!!! Naarmate de repetities vorderden kwamen er nieuwe leden bij, maar ook verlieten enkelen de groep. Door hard en geduldig te oefenen werden de zangresultaten langzaamaan beter. In dit verband het volgende: Tijdens een repetitie stond er iemand achter in de zaal te kijken en te luisteren. Deze persoon schijnt aan een of meerdere leden van het koor de volgende uitspraak gedaan te hebben: “Dit klinkt al goed; nee, dit is echt geen doodgeboren kindje“. Zoiets geeft dan weer moed. Na een jaar achtte het koor zich voldoende in staat om een soort miniconcert te verzorgen voor de dames van de koorleden. Inhoudelijk kan ik me hiervan weinig herinneren, maar wellicht kan iemand van het eerste uur hierover uitsluitsel geven!!! Na drie jaar werd het Mannenkoor uitgenodigd door Harmonie St. Joseph om samen met hen een concert te verzorgen. Dit zou ook een mooie gelegenheid zijn om zich als mannenkoor min of meer officieel  te presenteren aan de Grubbenvorster bevolking. Dit was voor de koorleden ook het moment om zich meer naar buiten te manifesteren. Het werd een mooi concert en het gaf bij velen een positief gevoel met betrekking tot het Mannenkoor. Ik ben blij dat ik nu sinds kort als zingend lid mag bijdragen aan de verdere ontwikkeling van het koor.

Ouddirigent, Jos Wilmer

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.